Grafgedichten -> Trefwoord: Grafsteen
ANNO 1697, DEN 2 FEBRUAYUS,
IS SEER CHRISTELYCK IN DEN HEERE
ONTSLAEPEN DEN EERSAMEN JAN
ARENTS, WEDMAN EN KERCKVOOGHT
TOT SUYDTBROECK, OUT ONGEVEER
41 JAEREN, VERWACHTENDE MET AL
LE WARE GELOOVIGEN EEN SALIGE OP STANDINGE
DOOR JESUM CHRISTUM
In vrede levend, eensgesint,
Van lant, vrouw, kindren seer bemint
Trof my die doot syn scherpste swaard
Selfs ruckt myn ziel ten hemel vaerd
‘K rust nu alhyr, doch voor een tydt
Myn ziel haer in den Heer verblydt
Oock heerlyck werde opgeweckt

Hier ligt mijn dierbaar vrouw
Mijn welbeminde gade
Zij leefde voor den Heer,
Maar niet voor deze aarde

Dierbr Jan. Vroeg
Nederdalen
Hier in ’t graf
In de volle
bloei van ’t leven
Sneed de dood
al ’t leven af
O! Het was
een zware slag
Haast niet
t’overkomen
Doch God
die ’t leven gaf
Heeft het
weer genomen

Uitgeteerd van ligchaamskwalen
Rust ik in dit graf ter nêer
Hopen met mijn vrouw en kroost
Leven bij den lieven Heer

Wij brachten hem
ten grave
Het lief en dierbaar
pand
Uw stof rust hier
in vrede,
Uw ziel in ’t beter
land.

HET IS DE TIJD,
DIE ROTSEN SPLIJT.
NIETS KAN HAAR
KRACHT WEERSTAAN
HIJ, DIE HIER RUST,
VERLOOR DEN STRIJD
NA 100 JAAR BESTAAN

Vroeg moest hij zijn jonge leven
in het leiden overgeven

Rust zacht lieve Moeder
in ’t stof hier omgeven
In ’t graf is geen
vermoeiing meer
Gij zocht den Heer
steeds in Uw leven
Leeft nu voor eeuwig
Bij den Heer

Elf maanden door
den echt verbonden,
Schonk God ons ’t pand
der liefde en min.
Maar kort die vreugd.
Na negen dagen
ontsliep zij zacht
voor eeuwig in.

Tekst:
FROUWK JOHANNA BROUWER
Echtgenoote van den WelEerwaarden
Zeer Geleerden Heer EILERTS VAN
DER TUUK, Predikant te Noordbroek,
Geb. den 28 April 178
Gest. den 28 November 1820
Hier rust het stoflijk deel
Van een der braafste vrouwen
Schoon zwaar door leed gedrukt
Gaf zij aan God de eer
Zij stierf in stille hoop
Om ’s Heeren heil t’aanschouwen
In beter Vaderland
En kent geen lijden meer

